Over het reproduceren van de tekeningen van Dick Bos
door Julius de Goede

Nadat Wilhelmina Mazure, de weduwe van Alfred, akkoord was gegaan met een integrale uitgave van Dick Bos, ontdekten wij dat er van de eerste negenentwintig verhalen geen goed reproductiemateriaal van de tekeningen voorhanden was. Uiteraard vroegen we de opvolgers van Ten Hagen's Drukkerij en Uitgevers-maatschappij of er in hun archief nog materiaal te vinden was en ook werd De Arbeiderspers benaderd. Helaas bleek nergens meer bruikbaar materiaal aanwezig. Er waren nog wel goede reproducties van de tekeningen vanaf verhaal 30, maar voor de eerste acht banden hadden we echt een probleem.
Wij contstateerden dat de enige mogelijkheid nu was, gebruik te maken van oude boekjes om daaruit te gaan reproduceren en om die reproducties zo goed mogelijk te retoucheren, “op te lappen” eigenlijk. Dat zou niet alleen een zeer tijdrovend karwei zijn geworden, maar dat zou ook een grote vertraging gaan opleveren bij de productie van de reeks, terwijl het de kwaliteit niet ten goede zou komen.
In oktober 2004 voltooide Jan Bosdriesz voor Cine/Vista de documentaire Dick Bos weer in actie! In die film, een schitterend eerbetoon aan de schepper van Dick Bos, is te zien dat filmer Paul Verhoeven in de kluizen van de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam de originele tekeningen van Dick Bos bekijkt, die daar aan de zorg van het Strip Documentatie Centrum Nederland zijn toevertrouwd. Wij namen contact op met de Universiteitsbibliotheek en vroegen gebruik te mogen maken van die tekeningen. Dankzij de welwillende medewerking van de beheerders is het nu gelukt om opnamen te krijgen die door ons kunnen worden bewerkt, worden voorzien van grijstinten en rasters en waardoor we nu de hoge kwaliteit van Mazure's prachtige tekenwerk kunnen tonen.

Alfred Mazure tekende in de Tweede Wereldoorlog zijn Dick Bos-strips steeds in twee stroken van vier plaatjes. Hij deed dat op de achterkanten van al eerder gebruikte tekenplaten die hij in tweeën had gesneden, want dat tekenkarton was toen kostbaar materiaal. Zo'n halve plaat had een afmeting van 36,5 bij 51,5 cm. Op de achterkanten ervan staan nog steeds de prachtigste tekeningen, die gebruikt waren voor publicatie in tijdschriften, sommige helaas doormidden gesneden. De Dick Bos-tekeningen tekende hij op een formaat van 15 bij 11,5 cm, die ten behoeve van de boekuitgaven moesten worden verkleind tot ongeveer de helft. Voordat de eerste boekjes in april 1941 zouden uitkomen, had Mazure, volgens eigen zeggen, al zes verhalen klaar. Deze waren gemaakt voor de wekelijkse publicatie in een tijdschrift. Hij tekende zijn plaatjes met oostindische inkt, zowel met pen als met penseel, terwijl hij de grijstinten schilderde met verdunde inkt. De clichémaker moest de grijstinten omzetten in een raster, een patroon van fijne stipjes die, als ze werden gedrukt, weer een grijseffect opleveren. Veel van de charme van Mazure's eerste “gewassen” tekeningen ging verloren in de reproductie, omdat de vele tinten grijs nu egaal en vlak waren geworden.
Voor band 1 in deze reeks, waarin de eerste vier Dick Bos-verhalen zijn opgenomen, hebben wij besloten de tekeningen niet opnieuw te rasteren, maar ze te laten zoals Alfred Mazure ze heeft gemaakt: met “gewassen inkt”, waarbij we de virtuositeit van zijn tekeningen onverstoord tot haar recht laten komen. Omdat de vroegere publicaties verder altijd gerasterd waren, zullen overige verhalen, vanaf band 2, ook in die vorm worden opgenomen in deze integrale uitgave.

Alfred Mazure schreef de teksten van de strip met potlood in de tekstbalonnen. Die teksten werden bij de drukkerij met losse loden letters gezet, vervolgens gedrukt op een proevenpersje van de clichémaker, die ze ten slotte in de originele tekeningen over de geschreven tekst heen plakte. Dat gebeurde niet altijd even zorgvuldig: af en toe stond die opgeplakte tekst behoorlijk scheef. Als alle tekst gezet was en ingemonteerd, werd van het geheel een cliché gemaakt en die clichés te zamen werden gebruikt voor het drukken van de boekjes. Heel wat oorspronkelijke ingeplakte teksten zijn van de tekeningen losgeraakt en verdwenen. De bewaardgebleven teksten zijn nu door de vormgever zorgvuldig geretoucheerd. Om de ontbrekende teksten zo goed mogelijk te kunnen reconstrueren, heeft hij voor deze uitgave het oorspronkelijke letterfont gedigitaliseerd en zijn die teksten op dezelfde wijze als voorheen opnieuw gezet. Het lettertype dat in de oudste Dick Bos-verhalen werd gebruikt, was de Hollandsche Mediæval van Lettergieterij Amsterdam, voorheen N. Tetterode, een letter die in 1912 is ontworpen door Sjoerd H. de Roos (1877-1962) en die decennialang heel populair bleef. Deze inmiddels wat in onbruik geraakte letter is voor een authentieke Dick Bos-publicatie onontbeerlijk.

Over de werkwijze van Mazure is nog wel iets opvallends te melden: in een vraaggesprek met Louis Andriessen in 1971 (Stripschrift 29/30) zei de auteur dat hij bij het bedenken van de verhalen van Dick Bos enerzijds geïnspireerd was door Engelse auteurs en anderzijds door de Amerikaanse striptekenaar Alex Raymond. In 1934 was Raymond begonnen met de dagbladstrip Secret agent X-9 naar verhalen van Dashiell Hammett en anderhalf jaar later startte hij de verhalen rond Flash Gordon, die in wekelijkse afleveringen verschenen. Het uiterlijk van detective Dick Bos vertoont in het begin in grote trekken behoorlijke overeenkomsten met de geheim agent van Raymond, maar hij koos voor de vorm van acht plaatjes bij elkaar het voorbeeld van Flash Gordon.

Secret agent X-9,
door Alex Raymond, 1934,
Dick Bos' “oudere broer”.

Te verschijnen:

Laatst verschenen